Werkwijzen en instrumenten

Met verschillende snelheden formatief evalueren. Hoe doe je dat?

Een doorlopend proces

Formatief evalueren is in het onderwijs een doorlopend proces. De cyclus van formatief evalueren kan doorlopen worden met verschillende snelheden. Er zijn drie kaarten ontwikkeld waarin de werkwijzen van die verschillende snelheden zijn toegelicht, gekoppeld aan de vijf fasen van formatief evalueren. In de uitwerkingen wordt zichtbaar hoe de producten van Passende perspectieven in verband gebracht kunnen worden met formatief evalueren.

Een taalportfolio

Lange termijn


Er kan gewerkt worden met een cyclus over een langere periode, bv. de periodes waarin het schooljaar is verdeeld (lange termijn). Per periode staan er bepaalde (op basis van de leerroutes van Passende perspectieven gekozen) leerdoelen ‘op de rol’ voor de hele klas, en mogelijk wil je als docent ook afspraken maken met individuele leerlingen om aan bepaalde zaken bijzondere aandacht te schenken. Een taalportfolio is een goed instrument om met leerlingen in gesprek te gaan over hun leerdoelen, om vorderingen in beeld te brengen en aan het eind van een periode afspraken te maken over het vervolg.

Schrijfopdracht of spreekbeurt

Middellange termijn


De cyclus kan doorlopen worden in een lessenserie die gericht is op een bepaalde taak (middellange termijn, een of enkele weken). Denk bijvoorbeeld aan een schrijfproduct of een spreekbeurt, of het lezen van een zelf gekozen boek. Daarbij is er specifieke aandacht voor bepaalde kernleerstof (die eveneens aan de leerroutes van Passende Perspectieven is ontleend). Docent en leerlingen blijven gedurende de lessenserie in gesprek over de leerdoelen en de succescriteria die daarbij van belang zijn.

Vragenkaartjes

Korte termijn


Er is een permanent proces dat zich afspeelt binnen afzonderlijke onderwijsactiviteiten (korte termijn). In een les kunnen op allerlei momenten formatieve activiteiten een plek krijgen, waarmee de aandacht wordt gevestigd op de doelen en succescriteria en leerlingen en docent stilstaan bij de vraag waar ze op dat moment staan. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van wisbordjes, kaartjes of een app voor het stellen van korte gesloten vragen waarmee in één oogopslag duidelijk wordt of een bepaalde uitleg van kernleerstof begrepen is.