Zelfregulering: kunnen, willen en doen

Deze week/periode staat zelfregulering centraal. De bedoeling is om samen met de leerlingen een breed beeld te vormen van wat 'zelfregulering' inhoudt en wat het belang van zelfregulering kan zijn. Zelfregulering is belangrijk om zelf de regie te kunnen hebben, om onafhankelijk te worden, je eigen doelen te stellen. Het is van belang bij het uitvoeren van taken, bij het leren en eigenlijk bij alles wat je doet. Het gaat bij zelfregulering om kunnen, willen en doen, om zicht krijgen op je eigen capaciteiten, je wensen en je gedrag. Dat is belangrijk voor jezelf en ook voor anderen als je met hen samenwerkt.

Doel

Het doel is om een gezamenlijk beeld te vormen van 'zelfregulering'; wat betekent dit, hoe ziet zelf­regulering eruit, wat heb je eraan, wanneer, waar en hoe doe je het. Kan, wil en doet iedereen het, is het leuk, makkelijk, moeilijk, hoe kunnen anderen je hierbij helpen en wie dan? Dit gesprek legt de basis voor de komende weken waarin extra aandacht is voor zowel zelfregulering als samen­werken.

Afronden

Vraag de leerlingen om komende week of werkperiode te letten op situaties waarin zelfregulering speelt. Wanneer ben je je ervan bewust dat jij ervoor kiest iets te doen, ergens op af te gaan, iets te zeggen of juist je mond te houden? Heb je ergens een plan voor gemaakt, houd je je daaraan, hoeveel moeite kost dat en wat helpt je om door te zetten? Probeer er iets over vast te leggen, kom met opmerkingen, vragen en bespreek deze. Volgende week is er weer een gesprek waarin het gaat over zowel samen­werken als zelfregulering. Voor beide vaardigheden geldt: je kunt er beter in worden, op allerlei fronten kleine en grote successen boeken en je ontdekt wat samenwerken en zelfregulering zinvol en leuk(er) maakt.

Lesinhoud met vragen

Introduceer het onderwerp 'zelfregulering'. Een kort filmpje of een verhaal (bijvoorbeeld over gezond eten en ongezond snacken, of over de voetballer Frenkie de Jong die zichzelf doelen stelt) kan een goede introductie zijn. Zelfregulering is een begrip dat niet vaak wordt gebruikt en niet zomaar bekend veronder­steld kan worden. Welke syno­niemen kun je gebruiken?

Laat leerlingen met voorstellen komen. Denk aan: jezelf sturen, in de hand houden, doen wat jij goed vindt, jezelf neerzetten, nadenken over jezelf. Vaak ben je onbewust bezig en de vraag is hoe je jezelf bewust(er) kunt reguleren. In het gesprek kunnen ook aspecten van samenwerken naar voren komen, bijvoorbeeld als het gaat over verant­woor­de­lijkheid nemen. Om het klassen­gesprek te voeren kun je de volgende vragen gebruiken:

  • Hoe zou je het woord 'zelfregulering' kunnen uitleggen? Welke woorden passen erbij?
  • In welke situaties kan zelfregulering belangrijk zijn? Bijvoorbeeld bij leren voor een proefwerk, situaties thuis, op school, bij een ruzie, etc.
  • Vraag door bij de voorbeelden: waarom is zelfregulering daarin belangrijk, wat zou er kunnen gebeuren als je helemaal niets doet aan zelfregulering hierbij?
  • Wat kan helpen om beter te worden in zelfregulering? Wat zou je kunnen doen om het goed te doen, hoe kun je jezelf en anderen helpen met zelfregulering? Doorvragen (en nog beter leerlingen laten doorvragen aan elkaar): wanneer moet je iets doen, wat zou je nog meer kunnen doen, hoe zou jij het aangepakt hebben, waaruit bestaat die aanpak, wat is het resultaat?
  • Welke positieve resultaten zou je kunnen behalen als je/iedereen goed zou zijn in zelfregulering?

Tijdens het klassengesprek kan de input worden vastgelegd (leerlingen kunnen dit doen), bijvoorbeeld in een 'woordwolk' of met post-it briefjes. Het resultaat kan worden opgehangen en de komende weken worden gebruikt bij de lessen en activiteiten.