Wat is samenwerken?

Dit gesprek over samenwerken is het startgesprek van 10x10 met de klas. De bedoeling is te beginnen met een brede blik op samenwerken, met de 'hele-taak-eerst' in beeld. In het tweede gesprek kan zelfregulering centraal staan, om ook daarover het brede perspectief te vormen. Of je kiest een ander gesprek uit 10x10 als dat beter uitkomt. In de komende weken worden steeds meer aspecten van samenwerking en zelfregulering benoemd, uitgediept en met elkaar in verband gebracht in het gesprek en in de praktijk.

Doel

Het doel is om een gezamenlijk beeld te vormen van 'samenwerken'; hoe ziet het eruit, wat heb je eraan, wanneer en waar doe je het, met wie, wat komt erbij kijken, kan iedereen het, is het leuk, makkelijk, moeilijk, etc. Dit gesprek legt de basis voor de komende weken waarin extra aandacht is voor samen­werken.

Afronden

Let komende week eens op situaties waarin je samenwerkt. Wat vind je leuk en wat vind je vervelend, makkelijk of moeilijk, waarover heb je vragen? Benoem het, noteer het, kom met vragen en opmerkingen, bespreek het. Volgende week (of eerder) is er weer een klassen­gesprek waarin we nader ingaan op samenwerken en ook op jouw manier van werken, van doelen stellen en het heft in eigen hand nemen.

Lesinhoud met vragen

Introduceer het onderwerp 'samenwerken'. Samenwerken gebeurt altijd en overal, op allerlei momenten, plaatsen en op verschil­lende manieren. Alle leerlingen zullen regelmatig op een of andere manier samen­werken.

Je wilt weten wat leerlingen vinden van samenwerken en wat ze erover weten. De komende 10 minuten (schakel eventueel een tijdklok in) gaan hierover; over samenwerken, omschrijven wat samenwerken inhoudt, wat je erover moet of wilt weten (kennis), wat je moet of wilt kunnen (vaardigheden) en welke houding past bij samenwerken. Mogelijk noemen leerlingen ook aspecten van zelfregulering: "ik vind samenwerken lastig", "een ander is altijd de baas", etc. Laat dit gewoon gebeuren, in andere gesprekken wordt er op teruggekomen. Het maakt duidelijk dat samenwerken en zelfregulering veel met elkaar te maken hebben.

Om het klassengesprek te voeren kun je (een of meer van) de volgende vragen gebruiken. Vraag vooral door bij de voorbeelden die leerlingen noemen: hoe deed je dat, wanneer, waarom zo, wat was het doel, etc. Hoe vond je dat, wat hebben jullie bereikt en ontdekt?

  • In welke situaties heb je samengewerkt? Steek het breed in en noteer. Denk aan soorten groepjes (met wie?): duo, kleine groep, grote groep, met beste vriend(in), met leerlingen die je minder goed kent, met een volwassene erbij, etc. En denk ook aan varianten in activiteiten (wat deden jullie, waar): voor een spreekbeurt, om op te ruimen, in de gymles, op het schoolplein, bij een rekenopdracht, etc.
  • Waar ben jij goed in als het gaat om samenwerken? Denk bijvoorbeeld aan: goed luisteren en een ander helpen zijn of haar voorstel uit te voeren, zelf met nieuwe ideeën komen hoe een taak samen gedaan kan worden, (een beetje) de leiding nemen.
  • Wat vind je ervan als een ander de leiding neemt of doe je dit graag zelf?
  • Hoe kan je een ander helpen als hij of zij de leiding neemt?
  • Welke eigenschappen komen goed van pas als je samenwerkt? En heb je zelf die eigenschappen of zie je die vooral bij anderen? Denk aan zelfvertrouwen, de baas spelen, mee­beslissen, autoritair gedrag of afwachtend zijn, gezelligheid brengen of zoeken, enthousiasme, onzekerheid, etc.)

Leg tijdens of na het gesprek de input vast (leerlingen kunnen dit doen). Denk aan: een 'woordwolk' maken, post-it briefjes invullen en op een flap plakken, een poster maken, een digitaal overzicht. Houd het resultaat de komende tijd zichtbaar voor iedereen (zo mogelijk ophangen); het wordt de komende weken gebruikt bij de lessen en activiteiten.