Voordat ik begin

In deze week/periode staat zelfregulering centraal. Het klassengesprek past goed in een periode waarin de leerlingen met iets nieuws te maken krijgen of voor een (persoonlijke) uitdaging staan. De focus ligt op het begin van een proces of activiteit; hoe kun je je goed oriënteren op de situatie, hoe kijk jij er tegen­aan, welke ervaring heb je, wat vind je moeilijk en welke doelen ga je stellen? De nadruk ligt op zelfstandig handelen en daar verantwoordelijkheid voor nemen. Dat lukt beter als je zicht hebt op je eigen doelen, motieven en capaciteiten. En dit is natuurlijk ook belangrijk als je gaat samenwerken.

Doel

Het doel is dat leerlingen merken dat het zinvol is om even stil te staan bij wat je gaat doen, voordat je echt begint. Je weet dan beter of je doel duidelijk genoeg is, wat makkelijk zal zijn en wat meer moeite zal kosten. Je kunt je voorbereiden op wat komen gaat, op zowel de leuke dingen als op de dingen die moeilijker zijn. Er ontstaan minder snel verkeerde verwachtingen en misverstanden. Door je goed te oriënteren kun je beter je doelen en (leer)strategieën kiezen en aanpassen om iets te bereiken. 'Even stilstaan' is ook goed bij het organiseren van samen­werking. Je haalt betere resultaten als je je goed hebt georiënteerd, eigen doelen stelt en een goede planning kunt maken.

Afronden

Het kan veel opleveren (plezier, een goede aanpak, een mooi eindresultaat) als je de tijd neemt om je te oriënteren op een opdracht, een taak of situatie. Je doet recht aan jezelf door na te gaan wat jij fijn, makkelijk of moeilijk vindt en goed of minder goed kunt. Wat staat er komende week op het programma? Bedenk en zeg eens hoe jij daar tegen aankijkt.

Lesinhoud met vragen

Je zegt niet voor niks: een goed begin is het halve werk. Je kunt op vakantie gaan zonder een plan of doel. Dat is best avontuurlijk en daar kun je van houden. Maar als je niet zo van reizen houdt en wel van zwemmen en van warm weer, dan is het handig als je in jouw vakantie snel bij de zee of een zwembad bent, in een omgeving waar het vaak lekker weer is. Vooraf nadenken over wat jij wilt en wat je mogelijkheden zijn, helpt om straks een fijne vakantie te hebben.

Iedereen kan over zijn eigen doelen, motieven en gedrag nadenken. En je kunt eerdere ervaringen koppelen aan wat je nu gaat doen en hoe je het gaat doen. Het klassengesprek draait om het delen van ideeën over wat je vooraf kunt doen om iets goed te laten verlopen. Je kunt een of meer van de volgende vragen stellen:

  • Wat doe je in het begin (voordat je begint) als je een groot werkstuk moet maken of een spreekbeurt moet houden? Denk aan tijdsplanning, eisen aan het eindproduct, overleg met anderen tussendoor.
  • Als je een planning maakt van wat je gaat doen en een stap uit die planning lukt niet in de tijd die je er voor hebt uitgetrokken, wat zou je dan kunnen doen?
  • Wie maakt er een plan voor het vieren van zijn verjaardag en hoe doe je dit? Waar denk je van tevoren allemaal aan? Wat kun je zelf en waarvoor heb je hulp van anderen nodig? Wat zorgt ervoor dat het feest een succes wordt?
  • Wat zijn dingen waardoor iets voor jou minder leuk, of juist leuker wordt? Of waardoor iets makkelijker of moeilijker wordt?
  • Hoe zou je kunnen nagaan of een doel haalbaar is? Waardoor zou het kunnen lukken of juist kunnen mislukken? Hoe zou je het doel of de weg erheen kunnen veranderen, zodat het wel haalbaar wordt? Welke voorbeelden heb je?

Je kunt notities op een (digi)bord maken tijdens het klassengesprek. Het is handig als je de opmerkingen ordent, want dat bevordert het overzicht. Gebruik hierbij bijvoorbeeld de leerlijn zelfregulering: oriëntatie op de taak, is die makkelijk of moeilijk, op eigen capaciteiten en ervaring, op belang, motivatie en succes, doelen stellen en plannen (realistisch, verschillende manieren, taak opsplitsen, etc.) Een andere ordening is natuurlijk ook goed, als de leerlingen er maar houvast in vinden om beter te worden in zelfregulering.