Hoe kun je samenwerking organiseren?

Deze week/periode gaat het over hoe je samenwerking kunt organiseren. Deze les past het best in een periode waarin leerlingen ergens voor moeten gaan samenwerken, want dan helpt dit gesprek direct om die samenwerking bewust (beter) te organiseren. Door leerlingen te laten praten over 'organiseren' worden ze zich bewuster van hun eigen ervaringen en horen ze van mede­leerlingen wat er voor de organisatie in specifieke situaties is gedaan, wat gelukt is of niet. Dit kunnen ze gebruiken om de vraag te beantwoorden: hoe organiseer je samenwerking?

Doel

Het doel voor de leerlingen is dat ze een samenwerking beter kunnen organiseren (voorbereiden en uitvoeren). Ze kunnen ook benoemen wat er bij organiseren van samenwerken zoal komt kijken. Dit zijn dingen zoals: wie doet wat, wie is waarvoor verantwoordelijk, hoeveel budget is er en hoeveel tijd, hoe en wanneer evalueer je hoe het gaat.

Afronden

Geef de leerlingen het volgende mee. Als je met elkaar samenwerkt in de komende tijd, besteed dan in elk geval even tijd aan de organisatie. Wat moet je organiseren en regelen, wat gaat als vanzelf en wat vraagt meer tijd? Kun je er een (stappen)plan van maken, of aanvullen op het resultaat van het klassengesprek? Welke tips heb je om de samenwerking nog beter te organiseren? Praat erover en noteer de bevindingen en tips, zodat iedereen in de klas ervan gebruik kan maken.

Lesinhoud met vragen

Introduceer het onderwerp 'organiseren'. Bijvoorbeeld met de constatering dat onlangs (of langer geleden) een evenement op school georganiseerd is. Denk aan een musical, een rommelmarkt of een voorstelling. Of is er festival in de omgeving geweest? De organisatie daarvan heeft vast nogal wat tijd in beslag genomen, want je moet aan veel dingen denken (tijdplanning, doel, budget, etc.) en er zijn meestal een paar of zelfs veel mensen bij betrokken.

'Organiseren' zou je het management van een samenwerking kunnen noemen. In het gesprek kunnen aspecten van zelfregulering ter sprake komen, bijvoorbeeld dat iedereen zich moet oriënteren op taken. Dit maakt het belang van en de samenhang met zelfregulering duidelijk, maar de focus ligt op het doel: het organiseren van samenwerken. Je kunt de volgende vragen gebruiken om het klassengesprek te voeren:

  • Wie heeft op school wel eens wat georganiseerd en wat was dat? Wat kwam er kijken bij de organisatie? Doorvragen: wie deed er nog meer mee, wat deed je eerst, wat daarna, wat had je nodig?
  • Welk voorbeeld heb je van een geslaagde samenwerking? Hoe kwam het dat dit een succes was? Kun je verschillende factoren noemen die het succes bepalen?
  • Wat maakt het soms moeilijk om samenwerking goed te organiseren? Waarom lukt de samenwerking soms niet goed?
  • Wat zou goed geregeld moeten zijn als je met anderen samenwerkt? Wat vind jij fijn als anderen doen, als jij met hen samenwerkt?
  • Hoe kun je in de gaten houden of het proces nog goed loopt? Wie moet dat in de gaten houden? Wat houd je dan precies in de gaten?
  • Wat zou je (nog meer) willen weten over het organiseren van samenwerking? Wat vind je lastig of juist makkelijk?

Tijdens het klassengesprek kan de input worden vastgelegd (leerlingen kunnen dit doen). Misschien kan er een soort stappenplan worden gemaakt voor het organiseren van samenwerken. Leerlingen kunnen dit ook later nog aanvullen met tips, weetjes, emoticons, etc.