Gisteren, vandaag en morgen (Growth Mindset)

Dit klassengesprek is misschien wel het meest van alle gesprekken gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de leerling. Het gaat om het nadenken over en benoemen van de groei in zelfregulering. Terugkijkend: wat is er gebeurd, wat heb ik kunnen veranderen, en vooruitkijkend: waarin wil ik nog beter worden, wat wil ik verder ontwikkelen. Zelfregulering kun je koppelen aan samenwerking, maar natuurlijk ook aan andere situaties en activiteiten.

Doel

Het doel van dit gesprek is dat leerlingen leren inzien dat het zinvol is om regelmatig zowel achteruit te kijken (wat heb ik gedaan, hoe deed ik het, hoe kwam dat), als vooruit te kijken (hoe zal ik het de volgende keer doen, wat wil ik vasthouden, wat wil ik anders doen, hoe pak ik dat aan). Het gaat er ook om om het bewustzijn te vergroten; dat met elkaar te praten over hoe iets ging je leert om dingen beter te verwoorden en je van anderen meekrijgt hoe zij dingen aanpakken.

Afronden

Het vraagt moed om over jezelf na denken. Je komt dingen tegen die je goed hebt gedaan, maar ook dingen die minder goed gingen. De kunst is om niet ergens in te blijven hangen, maar om aan de slag te gaan met dingen die nog niet zo goed gingen. Iedereen kan een betere versie van zichzelf uitvinden. Doe het in kleine stapjes en misschien kun je elkaar helpen door voorstellen te doen voor hoe het óók kan.

Lesinhoud met vragen

Start met de omschrijving (of de aspecten) van zelfregulering die de leerlingen zelf in het eerste klassengesprek hierover hebben gegeven. Laat de klas benoemen waarin zij de afgelopen tijd (bijvoorbeeld een week) met zelfregulering te maken hebben gehad. Gezamenlijk kan ervoor worden gekozen om op een van de aspecten (onderdelen of woorden) nader in te gaan in het klassengesprek. Daarin kun je de volgende vragen stellen:

  • Als je terugkijkt op hoe jij dit aspect hebt gedaan, wat zie je dan? Vraag de leerlingen concreet te benoemen waar ze het over hebben, bijvoorbeeld over het plannen van het huiswerk voor wiskunde, zichzelf kunnen motiveren om te sporten, inschatten van de moeilijkheid van de opdracht voor Nederlands, etc.
  • Wat vind je ervan dat het zo ging? In welke opzichten ben je er tevreden over?
  • Welke conclusies zou je hieruit kunnen trekken?
  • Waarin ben je al verder gekomen dan eerst? Wat heb je daarvoor gedaan? Wat maakte dat het beter ging?
  • Wat zou je een volgende keer anders doen en hoe zou je dat kunnen aanpakken?

Laat leerlingen voor zichzelf notities maken tijdens het gesprek. Het gaat immers vooral om hun persoonlijke groei en ontwikkelpunten. Een andere optie is om leerlingen centraal te laten noteren welke tips er worden genoemd om ergens beter in te worden.