Een coöperatieve houding

In deze week/periode gaat het vooral over je houding als je samenwerkt. Bij 'houding' kun je denken aan: ergens open ingaan, je positief opstellen, laten merken dat je verschillende meningen respecteert, etc. Dit zijn belangrijke houdingsaspecten als je met anderen tot een goed resultaat wilt komen. Ook zelfkennis is hierbij belangrijk; heb je vertrouwen in je eigen capaciteiten, kun je anderen motiveren of weet je dat je zelf wat aanmoediging nodig hebt.

Doel

Het doel is dat leerlingen een beter beeld krijgen van houdingen die helpen om van een samenwerking een succes te maken. Ze noemen zelf voorbeelden en horen van anderen wat zij met een bepaalde houding bereiken. De leerlingen leren houdingen en gedrag verbinden met het verloop en het resultaat van een samenwerking. Dit vormt de basis om zelf meer bewust een coöperatieve houding te ontwikkelen en in te zetten om samenwerken beter en leuker te maken.

Afronden

Voor zichzelf kunnen de leerlingen noteren waar ze de komende tijd op gaan letten wat betreft hun houding. Bij de komende lessen en opdrachten kun je extra aandacht besteden aan houdingen die je ziet, juist mist of waar je merkt dat eraan gewerkt wordt. Moedig leerlingen aan om elkaar te bevragen en geef ze houvast door de volgende vragen mee te geven (bijvoorbeeld opnemen op de poster): Heb je iets gedaan dat op de poster staat? Wat dan? En als het er niet op staat, zou je het erbij willen zetten? Wat was het resultaat van deze houding, of van dit gedrag? Waarover ben je tevreden? Wat zou je de volgende keer anders doen? Wat vond jij in een bepaalde situatie een goede houding van jezelf, wat heb je precies goed gedaan, en wat vond je een prettige houding bij een ander, wat deed hij of zij? Waar was het goed voor? Welk compliment kun je geven aan een andere leerling?

Lesinhoud met vragen

Ga eerst kort in op het begrip 'coöperatieve houding'. Coöperatief betekent: gericht op samen­werking, welwillend, je wilt graag samenwerken of meewerken. Het gaat erom dat je probeert in de belangen van de anderen of in een gezamenlijk doel te voorzien. Dat is belangrijk voor een succesvolle samenwerking. Neem een voorbeeld (een afbeelding) van samenwerking, zoals acrobaten (of leerlingen die acrobatiek doen) die samen een top-act leveren. Hoe geef je een 'coöperatieve houding' in andere situaties zelf handen en voeten? Hoe kan dat er concreet uitzien? En betekent het dat je je eigen belangen opzij moet zetten? Om het klassengesprek op gang te brengen kun je (een paar van) onderstaande vragen gebruiken. Laat het gesprek zich ontwikkelen en vraag door op wat leerlingen inbrengen.

  • Wat zou je kunnen zien als een coöperatieve houding? Wat doe je dan, hoe ziet het eruit? Wat merken anderen ervan?
  • Welke woorden geven het tegenovergestelde van coöperatief aan?
  • In welke situaties vind je het makkelijk om coöperatief te zijn? Wat doe je dan?
  • Wanneer vind je het lastig om coöperatief te zijn? Wat moet er veranderen om toch samen tot een goed resultaat te komen? Wat kun je zelf doen en wat zouden anderen kunnen doen?
  • Welke voordelen kun je hebben van een coöperatieve houding? Wat levert het op als je zorgt voor …, als je vriendelijk bent, als je respect hebt voor …?
  • Hoe kun je anderen stimuleren om samen ergens naartoe te werken? Wat werkt goed?

Laat de leerlingen de opbrengsten noteren. Bij voorkeur zo, dat het voor iedereen zichtbaar is en blijft. Hiervan kan een grote poster gemaakt worden.