

“Gebruik het nieuwe curriculum als kans voor betekenisvol onderwijs”
Bestuurders Jindra Divis en Bernard Teunis
SLO. De nieuwe kerndoelen zijn grotendeels klaar. De volgende stap is zorgen dat het curriculum goed landt in de onderwijspraktijk en actueel blijft. Bestuurders Jindra Divis en Bernard Teunis over de mijlpalen in 2025, de toekomstige opgave en de veranderende rol van onze organisatie.
Op tafel liggen vier fraai vormgegeven kerndoelenbundels voor het po, vo en (v)so. In november overhandigden Jindra en Bernard de bundels aan staatsecretaris Koen Becking tijdens een volgeboekt SLO-congres. “De afgelopen drie jaar hebben we hier keihard aan gewerkt, samen met ruim 2.000 leraren en schoolleiders”, vertelt Bernard. In 2026 trad hij aan als nieuwe bestuurder, na jaren het actualisatieprogramma binnen SLO te hebben geleid. "Als landelijk expertisecentrum voor het curriculum hebben we voldoende expertise in huis om een doordacht curriculum te maken. Maar de kennis en ervaring uit de praktijk is onmisbaar om te zorgen dat het curriculum daadwerkelijk bijdraagt aan toekomstgericht en betekenisvol onderwijs”, vult Jindra aan. “Daarom zijn we actief het land ingegaan om met mensen in gesprek te gaan, op scholen en in regiobijeenkomsten. Hun feedback hebben we zorgvuldig meegenomen en het resultaat daarvan steeds weer aan hen voorgelegd. Dat resulteerde in kerndoelen waar de sector achter staat. Hiermee hebben we SLO weer op de kaart gezet. Scholen hebben ons omarmd als de partij die het curriculum ontwikkelt en hen faciliteert bij de vertaling naar het eigen schoolcurriculum.”
"Wat ik daar voelde was:
‘SLO is van ons’
Niet van de overheid, maar van alle onderwijsmensen die daar waren.”
Grote betrokkenheid
Het SLO-congres was daarin een mijlpaal: “Binnen anderhalve week waren alle 1.800 plekken vergeven. Hier stond voor het eerst centraal hoe je met het geactualiseerde curriculum richting geeft aan betekenisvol onderwijs in de klas.” Jindra herinnert zich de energie op het congres nog goed. "Wat ik daar voelde was: ‘SLO is van ons’. Niet van de overheid, maar van alle onderwijsmensen die daar waren.”
“We merken die betrokkenheid ook bij het beproeven van de examenprogramma’s”, voegt Bernard toe. “Vorig jaar hebben we ongeveer de helft van de programma’s in concept opgeleverd. Die worden nu – in 2026 – beproefd. Ook al hebben scholen het superdruk, als wij een oproep doen om mee te doen aan de fase van beproeven, zijn er altijd meer aanmeldingen dan plekken. Mensen willen graag meedenken en meewerken. Dat is voor ons heel waardevol.”
Rust in het krachtenveld
Werken aan het curriculum betekent altijd balanceren in een krachtenveld. “Naast het onderwijs hebben we ook te maken met krachten vanuit politiek en beleid, de wetenschap en de samenleving – en die trekken niet vanzelf dezelfde kant op,” vertelt Jindra. “De afgelopen tien jaar stond het curriculum enorm in de schijnwerpers van de politiek. Iedereen vond er wat van en in elk nieuw regeerakkoord werd er weer iets over gezegd. Dat zorgt voor veel onrust. Want als publieke organisatie moeten we daar uiteraard iets mee doen. We gaan dan met de verschillende partijen in gesprek, zoekend naar balans. Een politieke partij vond bijvoorbeeld dat er te veel duurzaamheid in de kerndoelen was verwerkt. Terwijl het onderwijsveld juist vond dat het veel ambitieuzer kon. We waren dan ook blij verrast toen het curriculum afgelopen jaar voor het eerst niet in het regeerakkoord werd genoemd. Komt dit door ons ‘balanceerwerk’? Dat mensen zien dat er iets goeds ligt, waar velen achter staan? Dat is goed mogelijk, maar we hebben de afgelopen drie jaar ook echt stappen gezet. Als de basis niet goed is, kun je blijven balanceren, maar dan werkt het niet.”

Van regie naar ondersteuning
Met de presentatie van de nieuwe kerndoelenbundels begon een nieuwe fase: de implementatie. Bernard: “We hebben de kerndoelen netjes vastgelegd en mooi vormgegeven, nu moeten de scholen ermee aan de slag. Het is hun taak en verantwoordelijkheid om de kerndoelen te vertalen naar betekenisvol onderwijs.” Bij de actualisatie hebben we de regie, in de fase van implementatie bieden we ondersteuning. “We gaan geen individuele scholen begeleiden. Dat kunnen we als organisatie niet aan en het is ook niet onze wettelijke taak. Maar we zullen wel onze kennis van kerndoelen overdragen aan onderwijspartners die op hun beurt de scholen gaan begeleiden, zoals de VO-raad en de PO-Raad. In 2025 zijn we ook gestart met de ontwikkeling van ondersteunende materialen waarmee scholen zelf de juiste stappen kunnen zetten van landelijke doelen naar een schooleigen curriculum. Denk daarbij aan leerlijnen en andere ondersteunende materialen.”
Jindra en Bernard sporen scholen aan de nieuwe kerndoelen zo snel mogelijk op te pakken. En niet te wachten tot 2031, wanneer de Onderwijsinspectie komt controleren. “Zie de invoering van het nieuwe curriculum niet als ‘moetje’, maar gebruik het als kans om de kwaliteit van je onderwijs te verbeteren”, stelt Jindra. “Denk na over je visie, over de belofte die je de kinderen – en ouders – doet als ze je school binnenlopen. Hoe integreer je de kerndoelen op zo’n manier dat je je leerlingen het beste onderwijs biedt? Want dat is uiteindelijk het doel van deze actualisatie!”
Alle lagen meenemen
Wil de implementatie slagen, dan moeten bestuur, schoolleiding en leraren samen optrekken. “Je kunt dit niet vanuit één plek organiseren,” zegt Bernard. “Het bestuur zorgt voor de randvoorwaarden en borgt keuzes in beleid en kwaliteitszorg. De schoolleiding vertaalt de kerndoelen naar een duidelijke koers en bewaakt de samenhang. Leraren maken het waar in de klas en zien wat werkt in de praktijk. Juist in die samenwerking ontstaat een curriculum dat niet alleen klopt op papier, maar ook uitvoerbaar en relevant is. Zonder die gezamenlijke inzet blijft het bij plannen of losse initiatieven, en landt het niet duurzaam in het onderwijs.”
"We merken dat de noodzaak
van cyclisch onderhoud
inmiddels breed wordt erkend.”
Onderhoudscyclus
Eenmaal geïmplementeerd moet het curriculum ook up-to-date blijven. Dat mag nooit meer zoals de vorige keer twintig jaar duren”, zegt Jindra. “In 2025 hebben we alvast een systeem voor periodiek onderhoud ingericht, een cyclus van actualisatie, implementatie, monitoring en curriculumonderhoud die zich de komende jaren in de praktijk moet bewijzen. Met een onderhoudskalender en een loket voor signalen uit het veld. Via onderzoek willen we ook meer leren over hoe curriculumimplementatie in de praktijk uitpakt, want daar weten we nog weinig van. Die resultaten kunnen we weer meenemen in de volgende actualisatie. In 2025 schreven we een adviesrapport waarin we een voorstel deden voor een landelijke onderzoeksagenda. Eind vorig jaar gaf OCW ons opdracht om die agenda verder te ontwikkelen samen met het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO). We merken dat de noodzaak van cyclisch onderhoud inmiddels breed wordt erkend. De Tweede Kamer heeft eind 2025 een amendement aangenomen om periodiek curriculumonderhoud in de wet te verankeren. Zo borgen we dat het onderwijs relevant blijft in een snel veranderende wereld.”
Focus op de praktijk
Voor de komende jaren blijft ook de herijking van het vmbo hoog op de agenda staan. Jindra: “We moeten af van het idee dat het vmbo eindonderwijs is. Het draait om brede oriëntatie: leerlingen ontdekken waar hun talent ligt en hoe ze zich willen ontwikkelen. Praktijkgerichte vakken zijn daarin een belangrijke stap. De komende jaren onderzoeken we hoe we het beroepsgerichte aanbod beter kunnen laten aansluiten op die praktijkgerichte aanpak, zodat een samenhangend en toekomstbestendig curriculum ontstaat.” Bernard: “Die beweging stopt niet bij het vmbo. We zien juist hoe waardevol deze contextgerichte aanpak is voor de havo – en op termijn breder in het onderwijs.”
Zo buiten, zo binnen
Als kennis- en expertisecentrum en uitvoeringsorganisatie bewegen we mee met de steeds veranderende opgave. Jindra: “De druk op onze organisatie is groot en we groeiden de afgelopen vijf jaar snel: van 90 naar 160 mensen. Er wordt veel van onze mensen gevraagd. Het is van belang dat we naar onszelf blijven kijken. Zorgen dat onze professionals met plezier hun werk kunnen blijven doen en ruimte houden voor ontwikkeling. Daarvoor hebben we in 2025 grote stappen gezet. Met het cultuurontwikkeltraject KOMPAS investeren we in leiderschap, dialoog en verbinding. Ook werken we aan een vereenvoudiging van de organisatie: meer programmatisch, met een duidelijke focus op vakexpertise.”

Vasthouden en vernieuwen
Bernard en Jindra kijken met een goed gevoel terug op 2025. Jindra: “Door het veld worden we gezien als autoriteit, als hét expertisecentrum voor curriculumontwikkeling.” Bernard: “Dat realiseerde ik me pas goed toen ik Kamerleden tijdens een debat met onze rapporten zag zwaaien.” Jindra: “Die autoriteit verdien je tegenwoordig ook niet meer automatisch omdat dat in de wet staat. Het wórdt je gegund en ik ben er trots op dat het ons is gegund door het ministerie van OCW, door de Kamerleden, door alle stakeholders.”
“Maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard,” vervolgt Bernard. “Willen we behouden wat we de afgelopen jaren hebben gebouwd, dan moeten we ons blijven bewijzen en onze positie als het landelijk expertisecentrum verder uitbouwen.” Dat vraagt om lef en bescheidenheid. Jindra: “De implementatie en onze ondersteunende rol daarin zijn nog onbekend terrein. Dat moeten we nu nog echt handen en voeten geven." “Tegelijkertijd moeten we vooruitkijken, en nadenken over die vraagstukken waar niemand nog aan denkt,” vult Bernard aan. "Terwijl het veld bezig gaat met implementatie, moeten wij ons alvast oriënteren op de volgende actualisatie. Onderzoeken wat er internationaal speelt. Welke theorievorming relevant is. Waar de gaten zitten in wat we de afgelopen jaren hebben gedaan, welke maatschappelijke ontwikkelingen spelen, zodat we dat een volgende keer anders – nog beter – kunnen doen. Zo kunnen we onze positie als expertisecentrum blijven waarmaken. Omdat goed onderwijs aan alle leerlingen dit van ons verlangt."
Dat is misschien wel de mooiste conclusie van 2025. We zijn niet alleen een organisatie die het curriculum van Nederland heeft vernieuwd. We zijn een organisatie die zichzelf opnieuw heeft uitgevonden en die positie nu, stap voor stap, verder verstevigt.