Project

training formatief toetsen in het voortgezet onderwijs

Rol van SLO

training ontwikkelen en

uitproberen, ervaringen verspreiden

Samen met

pilotscholen, Universiteit Twente, Universiteit Maastricht,

lerarenopleidingen

Competenties bij formatief evalueren


De winst van formatief evalueren is dat leerlingen gaan denken vanuit leerdoelen. Dat geeft hen grip op het leerproces. Maar voor docenten is het niet eenvoudig om (toets)resultaten van leerlingen te vertalen naar instructie-op-maat in de klas. Hoe ontwikkel je daarvoor de benodigde competenties?

‘Als je niet weet waar je naartoe gaat, is de kans groot dat je niet op je bestemming aankomt’

‘Een neus voor kwaliteit’

Bas Trimbos is als projectleider en inhoudelijk medewerker bij SLO onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de training formatief toetsen in het vo.

“Formatief evalueren begint bij de leerdoelen en dat maakt het echt een SLO-onderwerp. Het gaat in eerste instantie niet over minder cijfers, proefwerken en overhoringen; het gaat over inzicht in het leerproces. Waar gaat de leerling naartoe (feedup), waar staat de leerling nu (feedback) en hoe gaat de leerling het gat daartussen dichten (feedforward)? In de training formatief toetsen ontdekken docenten wat dit betekent in de les.


Met formatief evalueren vergroot je de motivatie van leerlingen, geef je ze een actievere rol én bied je tegenwicht aan de summatieve cultuur waarin we zijn doorgeslagen. Dat begint met het ontwikkelen van een neus voor kwaliteit. Je maakt kinderen niet bekwaam in het gebruik van leerdoelen door aan het begin van de les een leerdoel op het bord te schrijven; dat doe je door te laten zien wat je verwácht. Je toont bijvoorbeeld drie voorbeelden van een brief bij de moderne vreemde talen - welk voorbeeld is beter en waarom? In de praktijk zeggen docenten al snel tegen leerlingen: ‘geef elkaar feedback’. Maar hoe kunnen leerlingen elkaar feedback geven zonder te weten wat ‘goed’ is? Als je niet weet waar je naartoe gaat, is de kans groot dat je niet op je bestemming aankomt. Dat geldt voor leerlingen én docenten.



In 2018 waren we betrokken bij diverse projecten formatief

evalueren. Eén daarvan is deze training, die is gebaseerd op een taakanalyse volgens het ‘vier componenten instructiemodel’

(4C/ID). Daarnaast hebben we bijvoorbeeld drie leernetwerken waarin docenten van alle vakken van en met elkaar leren aan de hand van een model van Gulikers en Baartman.


Voor de training was 2018 het jaar van de eerste pilot. We hebben de training uitgeprobeerd in een kleine groep docenten Engels, Nederlands en scheikunde uit de bovenbouw havo/vwo. Zij konden zelf aangeven waar voor hen de problemen zitten. Dat bleek vooral te zijn bij het gebruik van leerdoelen in de les en het formuleren van succescriteria (hoe ziet een goed uitgevoerde opdracht eruit)? We pakten steeds een onderdeel; de deelnemers probeerden de suggesties dan uit in de les en maakten er videobeelden van, die ze de keer daarop samen bekeken. Deze praktische aanpak werd erg gewaardeerd.


De ervaringen uit de training hebben we in november 2018 gedeeld op onze landelijke conferentie over formatief evalueren. Met deelnemers aan de training hebben we daar verschillende workshops verzorgd. De training zelf hebben we op basis van de ervaringen verfijnd, zodat we hem in een grotere groep kunnen uitproberen. SLO is geen trainingsbureau: ons doel is de training formatief toetsen zó te maken en op te schalen dat derden het materiaal kunnen gebruiken. Daar is al belangstelling voor.” ►►


‘De verbinding van onderwijs met wetenschap is een verrijking’

‘Hoe ziet succes eruit?’

Christel Wolterinck is conrector onderzoek en onderwijs-ontwikkeling bij SG Marianum in Groenlo en promoveert bij de Universiteit Twente op formatief evalueren. De training formatief toetsen speelt een hoofdrol in haar onderzoek.

“Voor de school waar ik werk, is formatief evalueren een logische ontwikkeling. Op Marianum hebben we al heel wat ervaring met datateams waarin docenten bestaande gegevens benutten om het onderwijs te verbeteren. Formatief evalueren brengt dit als het ware naar het leerlingniveau. Hoe verzamelen we informatie over het leerproces van leerlingen? Hoe geven we leerlingen daarmee zicht op waar ze staan en wat hun volgende leerstap is?


Docenten spelen bij formatief evalueren een sleutelrol.

Daarom zijn zij het onderwerp van het promotieonderzoek dat ik vanuit Marianum aan de Universiteit Twente doe. Ik onderzoek hoe we docenten op dit gebied kunnen professionaliseren. Daartoe heb ik de training formatief toetsen ontworpen. Om te beginnen heb ik vragenlijsten ontwikkeld waarmee ik onder honderden leerlingen en docenten een nulmeting heb uitgevoerd: wat wordt er momenteel aan formatief evalueren gedaan? Vervolgens ben ik op zoek gegaan naar een geschikt professionaliseringsmodel voor mensen die in de praktijk werkzaam zijn. Vaak word je in een training stap voor stap meegenomen naar het einddoel, in dit geval formatief evalueren. Maar als docent kun je in de les geen losse stappen zetten. Je bent altijd met de hele taak bezig.

Het model dat ik voor de training heb gekozen, speelt daarop in. In het 4C/ID-model (de afkorting staat voor ‘4 components instructional design’) leer je doordat je met de hele taak bezig bent. In het begin doe je die taak onder eenvoudige omstandigheden: je begint bijvoorbeeld met formatief evalueren in een ‘makkelijke klas’. Ook krijg je er veel ondersteuning bij. Naarmate je vordert, kies je voor moeilijker omstandigheden en neemt de hoeveelheid ondersteuning af.


Toen de keuze voor het model was gemaakt, kon ik de training gaan ontwikkelen en in najaar 2018 was het tijd voor de eerste pilot. Samenwerking met SLO lag voor de hand omdat daar al jaren ervaring is met formatief evalueren. Met begeleiding van SLO hebben we eerst een pilot gedaan met docenten van drie vakken en vier scholen - waaronder natuurlijk Marianum - en daarna hebben we de training verbeterd in de opmaat naar een grotere pilot in 2019.

De drie Marianum-docenten zeggen veel geleerd te hebben. Datzelfde geldt voor een hele groep collega’s die meedoet aan een ander project waar SLO bij betrokken is, het verdiepende leernetwerk formatief evalueren. Formatief evalueren speelt nu een rol in ons schoolplan en alle team- en sectieplannen. Waar willen we naartoe? Hoe ziet ‘succes’ eruit, voor leerlingen, docenten én de school? Zelf hoop ik in 2020 te promoveren aan de Universiteit Twente. Ik ben te veel praktijkvrouw om daarna helemaal te kiezen voor de wetenschap. Maar ik zie wel dat de verbinding van onderwijs met wetenschap een verrijking is. Daar wil ik mee verder.” ►►




‘Het leuke was dat de training zelf ook formatief was opgezet’

‘Ik heb ontzettend veel geleerd’

Marianna de Kuijer is sectieleider Engels bij SG Marianum in Groenlo. Zij nam in 2018 deel aan de pilot van de training formatief toetsen vo.

“Formatief evalueren is op weg een van de speerpunten van onze school te worden. Voor mij was het na 38 jaar voor de klas een leuke nieuwe uitdaging. Tot voor kort was het ook bij ons vaak ‘teaching to the test’: leerlingen stampten leerstof voor een toets en daar werkten we met schriftelijke overhoringen stap voor stap naartoe. Leerlingen kregen soms wel 35 cijfers in 40 schoolweken! En als ze alleen leren voor de toets, blijft van de stof soms weinig hangen.


Nu gebruiken we nog steeds summatieve toetsen, maar wel minder. Daarnaast werken we met diagnostische toetsen, zodat leerlingen kunnen kijken: waar sta ik, hoe kan ik beter worden? Dat vinden ze in het begin vaak moeilijk. ‘Geef mij maar een cijfer, dan weet ik hoe ik ervoor sta’, zeggen ze dan. Ze zijn niet gewend het verband te zien tussen verantwoordelijkheid nemen en resultaten boeken. Die verantwoordelijkheid lag altijd bij de leraar. Die mentaliteit is lastig te veranderen.


Als ik iets nieuws doe, wil ik beslagen ten ijs komen. Daarom zei ik ja tegen de pilot van de training formatief evalueren, waar mijn collega Christel Wolterinck bij betrokken is. Het leuke was dat de training zelf ook formatief was opgezet. We waren met zo’n twaalf docenten en hebben voor elke bijeenkomst onze eigen lessen op beeld opgenomen. Tijdens de training hebben we de opnames samen bekeken: wat gaat er uit het oogpunt van formatief evalueren goed, wat niet, hoe kan het beter?



Het is informatief om andere docenten bezig te zien; daar nemen we in het onderwijs zelden tijd voor. In het begin was het eng om je eigen opnamen te laten zien, maar dat was snel over. We kregen veel nieuwe werkvormen aangereikt, die we in de volgende les konden uitproberen. De enige beperking was dat er in mijn groep slechts één andere docent Engels zat - dat heb je soms in een pilot. Samen hebben we ons toen maar bij docenten van een ander vak aangesloten. Sowieso deelde je aan het eind van elke bijeenkomst je ervaringen met de hele groep.


Ik heb van de training ontzettend veel geleerd op het gebied van zelfreflectie en van nieuwe (digitale) werkvormen. Als je al lang voor de klas gaat, verval je vanzelf in dat wat je goed afgaat. Het is interessant om te merken dat het beter kan. Ik kom tijdens de les nu weer op nieuwe ideeën. Het voordeel is dat ik vier parallelklassen heb, dus wat ik in de ene klas bedenk, kan ik in de volgende toepassen.


Het moeilijkste vind ik om collega’s enthousiast te krijgen voor formatief evalueren. Velen staan net als ik al lang voor de klas en lopen tegen dezelfde drempels aan. Daarom hebben we

SLO gevraagd een middag met alle docenten moderne vreemde talen aan formatief evalueren te werken. Een voordeel is dat de aanpak uit de training niet inhoudt dat je opnieuw moet beginnen - daar zijn veel mensen allergisch voor. Je kunt vanuit de bestaande praktijk doorontwikkelen .” ►►




‘Docenten leren echt heel veel van feedback’

‘Formatief toetsen hoort bij goed lesgeven’

Kim Schildkamp is universitair hoofddocent en betrokken bij de lerarenopleiding aan de Universiteit Twente (UT). Zij leidt het project formatief toetsen vanuit de universiteit.

“Het bijzondere aan de training formatief toetsen is dat deze evidence-based is ontwikkeld. Veel trainingen worden door iemand bedacht en vervolgens uitgeprobeerd, aangepast en nog eens uitgeprobeerd en aangepast. Bij deze training zijn we begonnen vanuit onderzoek. We hebben een systematische analyse gemaakt van de taak van docenten: welke competenties hebben zij nodig om in de les formatief te kunnen toetsen? Op basis daarvan is de training vormgegeven.


Formatief toetsen is het benutten van informatie over het leerproces om te bepalen waar de leerling staat en wat zijn volgende stap is. Dit sluit aan bij de werkwijze van de datateams waar ik al tien jaar mee bezig ben: groepen docenten die onderzoeken hoe ze data kunnen gebruiken om het onderwijs te verbeteren. Datateams kijken naar formele data, die gestructureerd verzameld worden. Maar docenten verzamelen daarnaast veel informele gegevens, bijvoorbeeld in gesprekjes met leerlingen en indrukken tijdens de les. Het zou mooi zijn als ook daarvan meer gebruikgemaakt kan worden. Met dit onderzoek willen wij dat ondersteunen.


2018 stond in het teken van de eerste pilot. De training die UT en SLO samen hebben ontwikkeld, is door SLO voor een kleine groep docenten verzorgd en wij hebben onderzocht hoe de deelnemers dat hebben ervaren. Het was fijn te merken dat we op de goede weg zitten.

We wisten het al, maar wat we hebben gezien is dat docenten echt heel veel leren van feedback. Daar gaan we in de volgende pilot nog meer plaats voor inruimen. Ook zullen we de training zélf nog formatiever opzetten, met meer aandacht voor leerdoelen en succes- criteria. Verder gaan we op termijn de effecten in kaart brengen: worden docenten door de training beter in formatief toetsen en merken de leerlingen dat ook?


Het is de bedoeling dat deze training straks beschikbaar komt voor alle scholen in Nederland. Als universiteit hopen we er zelf ook ons voordeel mee te doen. In de universitaire lerarenopleiding, waar ik lesgeef, kunnen we maar beperkt aandacht besteden aan formatief toetsen. Studenten moeten in één, hooguit twee jaar alles leren, ook orde houden en instructie geven.


Daarom zien we het ook als onze missie om oudstudenten nascholingsmogelijkheden te bieden. Een leven lang leren is tegenwoordig in alle beroepen belangrijk, maar zeker voor docenten. We hebben daar net een instituut voor opgericht, Pro-U. Het zou mooi zijn als we deze training daar kunnen aanbieden.


Momenteel is er in het land veel aandacht voor formatief toetsen. Maar er zijn ook mensen die vragen: wat is formatief toetsen nu anders dan goede instructie? En dat klopt, formatief toetsen is een onderdeel van goede instructie, het zou gewoon bij het lesgeven moeten horen. Maar als ik zie waar we nu staan, is daar nog veel winst te behalen. De komende tijd zit daar de uitdaging: hoe bereiken we alle docenten hiermee?”