Werken aan de landelijke onderwijsdoelen binnen curriculum.nu


Binnen Curriculum.nu werken 150 leraren en schoolleiders en ruim 80 ontwikkelscholen samen aan bouwstenen voor het actualiseren van de landelijke onderwijsdoelen. Voor negen leergebieden leggen zij vast wat de benodigde kennis en vaardigheden zijn. Daarbij krijgen ze constructieve input en feedback van onder meer wetenschappers, leraren, scholen en vakverenigingen, leerlingen, vervolgonderwijs, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. In 2019 brengen de teams hun advies uit aan minister Slob.

Ondersteuning van de ontwikkelteams

In 2018 hebben de negen ontwikkelteams gewerkt aan een visie, grote opdrachten en bouwstenen voor een vernieuwd curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs. Daarvoor zijn in totaal vijf ontwikkelsessies georganiseerd waarvan er vier in het afgelopen jaar plaats vonden. Na afloop van elke ontwikkelsessie hebben de teams feedback verzameld op hun (tussen)opbrengsten en input gevraagd voor hun volgende ontwikkelsessie. SLO ondersteunt de ontwikkelteams met kennis over het landelijke curriculum, bijvoorbeeld op het gebied van huidige ervaringen in de praktijk en wetenschappelijke inzichten rondom curriculum-

ontwikkeling. Ook de ontwikkelscholen kunnen

rekenen op ondersteuning van SLO. SLO draagt bij aan de verkenning van thema’s die spelen over de volle breedte van het curriculum zoals overladenheid en samenhang tussen leergebieden.


Meer weten: www.curriculum.nu

Wat betekent Curriculum.nu voor leraren in het primair onderwijs? Tijdens de vierde ontwikkelsessie in december 2018 vroegen we enkele betrokken leraren naar hun eerste indrukken.


Engels en Moderne vreemde talen

Dennis de Kruif is schoolleider in het primair onderwijs (po) en maakt deel uit van de groep die onder meer het nieuwe curriculum ontwikkelt voor Engels: “Voor ons is een belangrijk doel om de aansluiting van po naar vo te verbeteren. Nu is er te veel vrijblijvendheid in het po. De ene basisschool doet bijna niks aan Engels en de ander heel veel. Hierdoor begint een vo-school vaak weer op nul, omdat er niet voortgeborduurd kan worden op het Engels dat kinderen op de basisschool leerden.”


“De status van Engels in het po is heel anders dan de status van Nederlands. Voor Nederlands is er wel een referentieniveau in het po, voor Engels niet. Terwijl Engels ook een verplicht examenvak is in het vo. Iedere basisschool zal dus moeten nadenken over het niveau Engels waarmee leerlingen hun school verlaten. Daar ligt een opdracht voor het basisonderwijs. We denken nog na over hoe je ervoor zorgt dat het ook echt gebeurt, dat de vrijblijvendheid verdwijnt. Wellicht door een eindniveau vast te leggen, zoals we dat ook doen bij andere vakken.”

“Vroeger werd een andere taal als probleem gezien, want dat zou goed Nederlands leren in de weg staan. Dat beeld verschuift. Nu vindt men het vaak een kans voor de ontwikkeling van een kind. De wereld ziet er in 2020 heel anders uit dan in 1990. Er is veel meer Engels in de directe omgeving, bijvoorbeeld door games en YouTube.”


“Sommige leraren zullen vinden dat er alweer iets op hen af komt. Dat geldt inderdaad voor de groep die nooit Engels geeft, maar Engels hoort erbij en hoeft niet per se als apart vak gegeven te worden. Je kunt aardrijkskunde geven in het Engels of in die taal uitleggen hoe een bloem groeit. Door vakken in elkaar te vlechten, neemt de overladenheid af.”


Burgerschap

Johannes Visser (leraar groep 8) en Elske Westland (lerares groep 7) vertellen wat ze onder burgerschapsonderwijs verstaan en wat leraren kunnen hebben aan de vernieuwing van het curriculum:


Elske: “Onze voorlopige formulering waar burgerschapsonderwijs over gaat, is: jongeren leren om te functioneren in de diverse samenleving op basis van eigen idealen, waarden en normen. Burgerschapsonderwijs draagt bij aan het ontwikkelen van het vermogen en de bereidheid

om aan de samenleving een bijdrage te leveren, binnen de kaders van de democratische rechtstaat.”


Johannes: “Dit zijn natuurlijk best abstracte begrippen. Net als democratie. Wat is nou democratie? Of identiteit? Wij zijn nu bezig om al die termen beter te duiden. We willen daar een definitie van maken, zodat leraren in de klas weten waar de begrippen voor staan en hun energie kunnen steken in het kiezen van eigen werkvormen. Dat helpt enorm, daar kunnen docenten mee uit de voeten.”


Elske: “We zoeken ook naar overkoepelende vaardigheden, die bij burgerschap- maar eigenlijk bij het hele onderwijs- horen. Zoals ‘kritisch denken’.” Johannes vult aan: “Maar ook: ‘de leerling erkent en herkent de ander als een gelijkwaardig medemens’. En: ‘onderzoekt morele waarden, rechten en verantwoordelijkheden.’ Ook deze vaardigheden gaan we verder uitwerken.” Elske: “We hebben veel contact met andere groepen die aan de uitwerking van een ander onderdeel van het curriculum werken. Zodat er samenhang komt en overlap wordt voorkomen.”


Johannes: “Natuurlijk ga je met termen als democratie, diversiteit en de maatschappelijke ontwikkelingen die daarbij horen in groep 4 anders om dan in vwo 4, maar de basis is hetzelfde. Als iedereen het over hetzelfde heeft, verbetert dat bijvoorbeeld de aansluiting van primair naar voortgezet onderwijs.”


Elske: “Een goede omschrijving van begrippen geeft veel duidelijkheid en maakt het hopelijk voor scholen makkelijker om burgerschapsonderwijs samen te dragen.”