Project

sterk beroepsonderwijs

Rol van SLO

advies praktijkgerichte component in nieuwe leerweg vmbo gl/tl

Samen met

VO-raad, SPV, Platform-TL

Versterken van het beroepsonderwijs


Onder de noemer ‘Sterk beroepsonderwijs’ werken overheid, onderwijs en arbeidsmarktpartijen samen aan het versterken van het beroepsonderwijs. Door meer regionale samenwerking tussen vmbo, mbo en de arbeidsmarkt, het mogelijk maken van doorlopende routes vmbo-mbo op alle niveaus en het introduceren van een nieuwe leerweg in het vmbo moet de aansluiting verbeteren. In 2018 zijn er al flinke stappen gezet.

‘Als Platform-TL steken we onze voelhorens in het land uit’

‘Fantastische samenwerking leidt tot mooi advies’

Bart Engbers, voorzitter Platform-TL:

“We zijn dankzij een fantastische samenwerking tot een mooi advies gekomen”, stelt Bart Engbers van Platform-tl. Deze stichting vertegenwoordigt 115 schoolleiders enbehartigt de belangen van leerlingen die een vmbo gl/tl of mavo-opleiding volgen.


“We werken rond het thema Sterk Beroepsonderwijs nauw samen met SPV, de VO-raad en SLO. Het zijn stuk voor stuk organisaties waar we vaker mee te maken hebben gehad en waar we goede contacten mee hebben.” In het samenwerkingsverband hebben alle partijen hun eigen rol en zijn de taken duidelijk omschreven, aldus Engbers. “SLO houdt zich bijvoorbeeld bezig met het schrijfwerk en het theoretisch denkkader. Ze baseren zich daarbij op informatie uit het veld, en die leveren wij aan. Als Platform-TL steken we onze voelhorens in het land uit, waardoor wij bijvoorbeeld weten welke tl-scholen er al bezig zijn met een praktijkgerichte component.”


Informatie van de scholen is gebruikt voor een inventarisatierapport, dat in het voorjaar van 2018 is verschenen. Uit dit rapport komt volgens Bart Engbers een gevarieerd beeld naar voren. “Sommige scholen doen al heel veel aan de praktijkgerichte component, omdat ze merken dat leerlingen behoefte hebben aan praktisch en uitdagend onderwijs.”


Maar Engbers heeft bij zijn achterban ook gemerkt dat andere scholen juist in paniek raken, alleen al van de gedachte dat ze dit straks moeten invoeren. De samenwerking van vmbo-scholen met het mbo en het bedrijfsleven is eveneens sterk wisselend. “In de Achterhoek is het bijvoorbeeld goed, maar er zijn ook regio’s waar amper iets is geregeld.”

Na dit onderzoek kreeg de groep (VO-raad, SPV, Platform-TL en SLO) de opdracht om een gedragen advies te formuleren over samengaan van beide leerwegen. Als input voor dat advies waren er eind 2018 vier conferenties van scholen, waaraan in totaal 351 onderwijsvertegenwoordigers hebben deelgenomen. Het platform was betrokken bij de organisatie ervan en stelde samen met SLO, SPV en de VO-raad vragenlijsten op, die via de communicatiekanalen van Platform-TL werden verspreid onder deelnemers.


“Ook nu het advies er ligt, blijven de samenwerkende partijen zich inzetten voor het realiseren van de nieuwe leerweg”, vertelt Bart Engbers. Dat gebeurt in nauw overleg met het ministerie van OCW. “Ik vind het overigens wel bijzonder hoe dichtbij OCW is”, zegt hij. “Ze luisteren met ons mee, waardoor onze adviezen niet echt een verrassing zijn en deze goed landen op het ministerie.” De voorzitter is zelf heel enthousiast over de focus op de praktijkcomponent. “Vooral omdat we vanuit onze achterban signalen bereiken dat daaraan behoefte is.” Ook het verbeteren van de onderlinge samenwerking tussen vmbo, mbo en bedrijfsleven, waarvoor de regio’s in 2020 een samenwerkingsverband moeten hebben opgericht, vindt hij een goede zaak. “Al denk ik wel dat dat lastig te realiseren kan zijn.” Verder moet elke regio in 2021 doorlopende leerroutes van vmbo tot mbo bieden passend bij het regionale onderwijsaanbod. “Dat is een mooie opgave”, meent Bart Engbers. Of de praktijkgerichte component dan ook al op alle scholen is geïntroduceerd waagt hij echter te betwijfelen. “Ik denk eerder dat er tegen die tijd een paar pilots van de grond zijn gekomen.” ►►


‘Een mooi samenspel met de andere partijen, waarbij wij onze knowhow en kennis wat leerplanontwikkeling betreft konden inbrengen’

Mooi dat er vaart zit achter Sterk Beroepsonderwijs’

Rob Abbenhuis, projectleider Sterk beroepsonderwijs bij SLO:

“Wij hebben in 2018 de werkgroep ondersteund die begin dit jaar advies heeft uitgebracht aan OCW over de invulling van een praktijkgerichte component in de nieuwe leerweg”, vertelt Rob Abbenhuis van SLO. In de werkgroep zaten ook mensen van de VO-raad, SPV en Platform-TL. “SLO vindt het belangrijk dat de onderwijsvertegenwoordigers de richting aangeven, waarbij wij dan kunnen toevoegen hoe dingen het beste kunnen worden vormgeven.”


Eind 2017/begin 2018 is een inventarisatie

uitgevoerd bij een aantal scholen die al bezig zijn met het vormgeven van meer praktisch tl-onderwijs. SLO heeft de vragenlijst opgesteld en een aantal van de betreffende scholen geïnterviewd. Voor de werkgroepleden heeft SLO scenario’s van de nieuwe leerweg uitgewerkt en een overzicht gemaakt van de set met algemene eindtermen. Om te komen tot een verdere aanscherping van de wensen en ideeën waren er eind 2018 vier conferenties met en voor leidinggevenden en docenten in het vmbo. SLO bereidde als lid van de werkgroep de conferenties voor en leverde net als de andere organisaties tafelvoorzitters voor groepsgesprekken tijdens de conferenties.


Ook heeft SLO een rol gespeeld bij het samenvatten van alle informatie en het schrijven van het advies. “Dat was een mooi samenspel met de andere partijen, waarbij wij onze knowhow en kennis wat leerplanontwikkeling betreft konden inbrengen”, vertelt Abbenhuis. Het advies luidt dat de werkgroep de nieuwe leerweg met een praktijkgerichte component onderschrijft, ook omdat daar veel draagvlak voor is vanuit het onderwijs. In de nieuwe leerweg worden de huidige gemengde leerweg en theoretische leerweg in het vmbo samengevoegd.

“Dat er een groot draagvlak voor is, betekent niet dat alle betrokkenen al duidelijke beelden hebben over wat een praktijkgerichte component behelst en hoe dit in de praktijk zijn beslag kan krijgen. Dat moeten we nog uitwerken,” aldus Rob Abbenhuis. Volgens hem is al wel helder dat deze gebaseerd moet zijn op een ‘set van 21-eeuwse vaardigheden’, zoals plannen, samenwerken en gebruikmaken van moderne technologie.


SLO is sterk voorstander van een pilotperiode, zoals ook is beschreven in het advies, legt Rob Abbenhuis uit. “Daarin werken we de praktijk-

gerichte component verder uit en voorzien we deze van inspirerende voorbeelden die ontwikkeld worden door en met de pilotscholen. Andere scholen kunnen daar dan hun voordeel mee doen.”


Ook analyseert SLO komend jaar een aantal avo-vakken, zoals nask 1 en 2 en moderne vreemde talen. “We gaan kijken hoe we deze vakken nog beter kunnen laten aansluiten op mbo en havo en hoe ze meer samenhang kunnen krijgen met beroepsgerichte vakken.”


Sterk Beroepsonderwijs moet in 2021 een flink eind op streek zijn. “Ik vind het wel mooi dat er vaart achter zit”, zegt Rob Abbenhuis.

“Want er is duidelijk behoefte aan een betere aansluiting en een praktijkgerichte component. Daar hebben alle leerlingen recht op en dat moet niet afhangen van op welke school ze zitten.” ►►




‘Er is veel beweging, vanuit dezelfde motieven. Maar de aanpak is wel heel divers.’

‘Technologie & Toepassing goede invulling vanpraktijkgerichte component’

Tessa van Dorp, programmamanager Sterk Beroepsonderwijs bij ministerie van OCW:

“Er zijn drie redenen waarom de overheid zich inzet voor een nieuwe leerweg ter versterking van het beroepsonderwijs vmbo-mbo”, vertelt Tessa van Dorp. “Zo is de theoretische leerweg van het vmbo de afgelopen jaren te weinig vernieuwd, waardoor deze niet meer goed aansluit op de behoeften van leerlingen en ook de aansluiting naar het vervolgonderwijs beter kan.”


Verder wil de overheid met de nieuwe leerweg het hardnekkige misverstand aanpakken dat de theoretische leerweg (tl) meer waard zou zijn dan de gemengde leerweg (gl). “Op één vak na volgen leerlingen dezelfde examenprogramma’s. Ze doen in die vakken dezelfde examens, ontvangen diploma’s met dezelfde waarde en dezelfde doorstroomperspectieven. Maatschappelijk gezien is de gemengde leerweg echter minder bekend en bovendien vaak onterecht minder gewaardeerd.” Bovendien is het zo dat sommige tl-opleidingen nu wel aandacht besteden aan praktische vaardigheden en andere niet. “Terwijl de overheid het belangrijk vindt dat alle leerlingen praktische kennis en vaardigheden aanleren, en ze tegelijkertijd dezelfde kansen krijgen om zich te oriënteren op verschillende beroepsmatige vaardigheden.”


Het ministerie merkt ook dat een groeiend aantal scholen bezig is met de praktijkcomponent. “Er is veel beweging, vanuit dezelfde motieven. Maar de aanpak is wel heel divers.

Het maakt nogal uit of het gaat om een projectweek of

dat de praktijkcomponent vast onderdeel uitmaakt in het lesprogramma vanaf de derde klas”, stelt Van Dorp.


Om scholen te laten meedenken hoe zij dit zien en wat ze

willen en kunnen, heeft het ministerie van OCW medio 2018 een adviesaanvraag gedaan bij de VO-raad. Nu dit advies er ligt, komen vervolgvraagstukken aan bod, zoals de vaardigheden waarmee leerlingen in aanraking moeten komen en de bandbreedte van de uren. Ook daarvoor overlegt het ministerie met betrokkenen. “We vinden het belangrijk om de nieuwe leerweg te baseren op de ervaringen en inbreng van scholen. Dus geen nieuwe wet vanaf de tekentafeluitgedacht, maar een wetsvoorstel dat is gebaseerd op

de praktijk”, zegt Tessa van Dorp.


Momenteel lopen pilots Technologie & Toepassing, waarmee volgens Van Dorp geleerd kan worden voor de praktische component. Het nieuwe schoolexamenvak laat leerlingen kennismaken met het toepassen van technologie in alle sectoren. Aan de hand van een praktische opdracht van echte opdrachtgevers, zoals de gemeente of een zorginstelling, oriënteren leerlingen zich op hun toekomst en doen ze praktische vaardigheden op.


Technologie & Toepassing wordt sinds 2015-2016 ontwikkeld met een groep pilotscholen. Voor dit nieuwe vak heeft SLO op verzoek van OCW in overleg met de pilotscholen een schoolexamenprogramma met handreiking gemaakt. Begeleid door SLO zijn de scholen

vervolgens aan de slag gegaan en kunnen leerlingen op 24 pilotscholen examen doen in dit vak. ►►




‘Leerlingen krijgen geen theorie voorgekauwd, maar moeten zelf dingen bedenken en oplossen.’

‘Elke school moet zijn eigen weg vinden’

David van Wijk, teamleider bovenbouw vmbo tl:

CSG Jan Arentsz in Alkmaar sorteert al enkele jaren voor op de nieuwe leerweg die de plaats zal innemen van de gemengde en de theoretische leerweg. “Wij hebben al een praktijkcomponent in het onderwijs aangebracht en werken via verdiepingsmodules aan een betere aansluiting op de havo en het mbo”, vertelt David van Wijk.


Alle tl-leerlingen van Jan Arentsz volgen sinds 2015 vanaf het derde leerjaar verplicht een extra beroepsgericht vak, waarbij er al naar gelang hun profiel drie keuzes zijn: smart technology; mens, activiteit en zorg; en economie en management en organisatie.


Dat maakt dat ze anders leren, zegt David van Wijk.

“Leerlingen krijgen geen theorie voorgekauwd, maar moeten zelf dingen bedenken en oplossen.” De beroepsgerichte vakken hebben volgens de teamleider ook een positief effect op de loopbaanoriëntatie. “Door deze vakken krijgen leerlingen concreter voor ogen wat ze willen en kiezen ze bewuster voor een vervolgstudie of een beroep.”


Om rekening te houden met de verschillen tussen leerlingen en de aansluiting met het mbo en de havo te verbeteren, biedt Jan Arentsz sinds 2015 eveneens steun- en verdiepingsmodules aan in alle examenvakken. Er zijn jaarlijks vier modules van acht weken met één uur per week les. Wie een onvoldoende voor een vak staat, volgt daarin automatisch een steunmodule om beter voorbereid te zijn op de verplichte herkansing.

“Leerlingen halen dankzij de module hun cijfer gemiddeld met een volle punt op”, stelt David van Wijk. Wie goed is in bepaalde vakken, kan zich daarin juist verder verdiepen en extra certificaten halen, wat leerlingen een streepje voor kan geven op de havo of het mbo. En Van Wijk noemt nog wat voordelen: ”Door de modules betrekken we leerlingen actiever bij het onderwijs, want ze moeten voortdurend kiezen welke modules ze gaan volgen. En we horen dat ze het prettig vinden dat het lessen in kleine groepjes zijn, met veel persoonlijke aandacht.”


Andere scholen zijn volgens de teamleider geïnteresseerd in het onderwijsconcept van Jan Arentsz. “Daar gaan we ook mee in gesprek. Maar voor anderen heeft het geen zin om dit één op één te kopiëren. Elke school moet hierin zijn eigen weg vinden, passend bij de cultuur en dynamiek.” Het Sterk Beroepsonderwijs kan daarin richting bieden, maar belangrijk is wel dat scholen genoeg vrijheid houden om nieuwe leerwegen op eigen wijze vorm te geven. “Laat de scholen wat meer vrij, zodat ze er zelf wat moois van kunnen maken dat goed aansluit bij hun leerlingen.”


Wat de samenwerking tussen vmbo en mbo betreft, is er volgens David van Wijk nog veel te winnen. “Nu gebeurt dit vaak op individuele basis en is het afhankelijk van enthousiaste individuen.” Het is volgens hem te makkelijk om samenwerking verplicht op te leggen zonder hiervoor de faciliteiten te bieden. “Want het gaat om twee verschillende stelsels, die op een heel andere manier worden aangestuurd.”