Project

10-14-onderwijs

Rol van SLO

landelijke pilotscholen

ondersteunen bij

curriculumvragen

Samen met

pilotscholen, Lerend

Netwerk 10-14 onderwijs, Landelijke Regiegroep

10-14 onderwijs,

Onderzoeks- en

adviesbureau Oberon

De curriculumvragen bij 10-14 trajecten


Sommige basisschoolleerlingen hebben last van de ‘hobbel’ aan het eind van groep 8. Zij zijn gebaat bij een uitgestelde niveaukeuze en een vloeiender overgang naar het voortgezet onderwijs. Steeds meer scholen ontwerpen voor deze 10- tot 14-jarigen aparte trajecten, maar stuiten daarbij op curriculumvragen.

‘Hoe maak je voor leerlingen van 10 tot 14 jaar mooie, doorlopende leerlijnen?’

‘Met deze pilotscholen is het heerlijk werken’

Maaike Rodenboog is projectleider 10-14 onderwijs bij SLO.

“Begin 2018 kreeg het 10-14 onderwijs bij SLO een eigen project. Wij stonden toen via Leerplan in Beeld al in contact met enkele van deze initiatieven. We vinden ze interessant omdat ze kunnen bijdragen aan gelijke kansen. Voor sommige leerlingen is voorsorteren na groep 8 te vroeg. Met meer maatwerk, een vloeiender overgang en twee jaar uitstel van niveaukeuze komen zij verder in het vo. Maar leerplankundig is dat ingewikkeld, want de curricula van po en vo sluiten niet naadloos aan. Hoe maak je voor leerlingen van 10 tot 14 jaar dan toch mooie, doorlopende leerlijnen? Daar ligt voor ons als curriculumdenkers een interessante vraag. Daarom hebben we bij OCW een aanvraag gedaan voor een project waarmee we de 10-14 trajecten leerplankundig kunnen ondersteunen.


Ons projectteam bestaat uit zeven SLO’ers van verschillende vakken en leergebieden, die nauw samenwerken met scholen uit de landelijke pilots. We hadden voor 2018 in grote lijnen drie dingen op de agenda staan: voor alle vakken en leergebieden leerdoeloverzichten voor 10- tot 14-jarigen maken, bedenken hoe we die overzichten kunnen vertalen voor leerlingen én de opgedane ervaringen beschrijven. Bijvoorbeeld in blogs, zodat andere 10-14 initiatieven er iets aan hebben.



We zijn ver gekomen. Begin 2019 stonden de meeste leerlijnen online: taal/Nederlands, moderne vreemde talen, Mens & natuur en Kunst & cultuur. Voor een deel gold dat ook voor rekenen/wiskunde, waar de aansluiting po-vo ingewikkelder is dan bij andere vakken. Verder hebben we samen met 10-14 scholen de eerste leerdoelkaarten in leerlingentaal ontwikkeld.


Dat er vaart in zit, komt mede doordat het met deze pilotscholen heerlijk werken is. De docenten zijn enthousiast en denken vol passie na hoe ze elke leerling de best mogelijke overstap naar het vo kunnen bieden. Ze werken echt vanuit leerdoelen - daar word ik als SLO’er heel blij van - en zijn goed in gedifferentieerd lesgeven. Er gebeurt van alles! Dankzij de monitoring door de onderzoekers van Oberon kunnen we de komende jaren kijken wat 10-14 onderwijs oplevert.


Naar mijn idee staan we met 10-14 nog maar aan het begin. De grote vraag wordt hoe we alle trajecten verbinden. De onderlinge verschillen zijn groter dan je zou denken en als SLO willen we niet met elke school apart het wiel uitvinden. Hoe ontwikkelen we leerplankundige hulpmiddelen en producten die algemeen bruikbaar zijn? Dat zijn we aan het onderzoeken. Daarnaast gaan we kleine netwerken opzetten waarin docenten van 10-14 trajecten elkaar rond vakken en leergebieden kunnen ontmoeten.” ►►




‘De nieuwe leerlijnengeven een mooi overzicht van alle doelen’

‘Van leerdoelen naar kinddoelen’

Dorien Bosselaar is projectleider van het Tienercollege Noordoostpolder.

“Na twee jaar voorbereiden zijn we in augustus 2018 met ons Tienercollege van start gegaan. We hebben nu één groep met 25 kinderen die anders in groep 7 of 8 van de basisschool zouden hebben gezeten. Volgend jaar komt daar een tweede groep van maximaal 25 leerlingen bij, maar daar houden we het dan vervolgens ook even bij. Er is in zo’n nieuw traject zoveel te ontwikkelen, daar moet je de tijd voor nemen. Het idee voor dit Tienercollege kwam van ons bestuur. Voor mij was het de vervulling van een wens. Als leerkracht in groep 7/8 dacht ik geregeld: hadden we maar iets anders te bieden! Er zijn altijd kinderen die vóór het eind van de basisschool al toe zijn aan iets nieuws. Daarnaast heb je in elke bovenbouwgroep wel kinderen van wie je denkt: als jij wat langer in deze setting kunt doorwerken, stroom je straks hoger of in elk geval met meer motivatie en zelfvertrouwen uit.


De eerste helft van 2018 was hectisch. We zaten middenin de intakegesprekken met leerlingen - hartstikke leuk, maar tijdrovend. Uiteindelijk hebben we de aanmelding voortijdig moeten sluiten, zo groot was de belangstelling. Daarnaast waren we heel druk met het onderwijsprogramma. Wat willen we dat kinderen in hun rugzak hebben als ze bij ons weggaan? Hoe pakken we de leerstof aan? We zijn bij verschillende 10-14 trajecten gaan kijken en dan zie je dat de een met methodes werkt en de ander met leerlijnen en eigen materiaal. Wat is voor ons geschikt? Dat was best een lastige vraag, ook omdat de meeste van onze leerlingen zullen doorstromen naar een vo-school die nog niet zo leerlinggestuurd werkt.



Bij de kernvakken hebben we uiteindelijk gekozen voor methodes. Je start iets nieuws, dan wil je er zeker van zijn dat de opbrengsten goed blijven. Bij de zaakvakken werken we met de thematische aanpak van Projects 4 Learning. Daarbij maken we wél veel materiaal zelf en dan loop je prompt tegen vragen aan: hoe formuleer je leerdoelen? Wat is voldoende: als de leerling de begrippen kent, als hij ze kan toelichten of als hij ze voor anderen kan vertalen? Hoe houd je in beeld waar elk kind staat als je met verschillende niveaus in één groep werkt? En hoe zorg je dat het kind zelf dat ook weet?


Met dit soort vragen over de inhoud kloppen we vaak aan bij SLO. Zo hebben we met Maaike Rodenboog een hele studiemiddag besteed aan het vertalen van leerdoelen naar kinddoelen. We hebben een van de leergebieden eruitgevist, de leerdoelkaarten erbij gepakt en toen zijn we in groepjes de kerndoelen om gaan zetten in kindtaal. Heel zinvol. Welke woorden gebruik je, wat is te vaag? De komende tijd gaan we nog zo’n studiemiddag doen, dan rond de inhoudelijke aansluiting van ons traject op de derde klas vo. Wat ons daarbij ook helpt, zijn de nieuwe leerlijnen 10-14. Je krijgt als leerkracht een mooi overzicht van alle doelen. Wij kijken er regelmatig naar.” ►►




‘De 10-14-ontwikkeling is nog lang niet op haar hoogtepunt’

‘We werken allemaal toe naar hetzelfde doel’

Harry Grimmius is lid van het Lerend Netwerk 10-14 onderwijs en vertegenwoordigt dit netwerk in de landelijke regiegroep 10-14 onderwijs, waar ook beleidsmakers, de inspectie en onderzoekers deel van uitmaken. Grimmius is voorzitter van het college van bestuur van Scholengroep Over- en Midden-Betuwe. Een van de eerste zes landelijke pilotscholen, ‘De Overstap’, hoort bij dit bestuur.

“Wordt het niet eens tijd om de vroegselectie in ons

onderwijs aan te pakken? Die vraag ging een jaar of drie geleden als een windvlaag door het land. Dat we van de OESO over de vroegselectie op onze donder hadden gekregen, speelde zeker mee, net als de kritiek van wetenschappers die gespecialiseerd zijn in de ontwikkeling van het puberbrein.


Meer en meer besturen begonnen de noodzaak van een vloeiender overgang van basis- naar voortgezet onderwijs te voelen. Samen met een collega heb ik toen bij OCW experimenteerruimte aangevraagd. We beloofden niet te morrelen aan het stelsel, maar daarbinnen te zoeken naar de beste manier om kinderen een ononderbroken leerlijn aan te bieden. Die ruimte kwam er en toen konden de eerste initiatieven van start.


Bij het begin van 2018 waren de eerste zes pilotscholen een paar maanden bezig; een tweede groep maakte zich op om na de zomervakantie te starten. Als bestuurders van deze initiatieven merkten we al snel dat er binnen het stelsel heel wat slagbomen staan. De belangrijkste hebben we toen aan de orde gesteld in de landelijke regiegroep, die inmiddels was gestart.

Het eerste obstakel is de eindtoets basisonderwijs op 12-jarige leeftijd. Een toets is verplicht, een schooladvies ook, maar in hun huidige vorm staan ze haaks op waar het bij 10-14 om gaat: uitstel van selectie. Kunnen we dan niet kijken of de eindtoets hier vervangen kan worden door een formatieve tussentoets? Een tweede obstakel betreft de bevoegdheden. Basisschoolleerkrachten mogen geen les geven in het vo en omgekeerd, maar bij 10-14 initiatieven ligt dat juist wel voor de hand. Zijn er uitzonderingen mogelijk, aangezien het hier gaat om een geoormerkt traject? Over beide kwesties liepen de gesprekken aan het eind van het jaar nog, maar de oplossing was in zicht.


Ook in andere opzichten was 2018 een belangrijk jaar. Zo ging de tweede groep pilotscholen van start, wat tevens een verbreding van het monitoringonderzoek door Oberon inhield. Als ‘kwartiermakers’ van het eerste uur vormden we onszelf om tot een Lerend Netwerk. En niet te vergeten: SLO begon met het ontwikkelen van goed doordachte leerlijnen. Hiervan, en van de bijbehorende leerplankundige expertise, zal de komende jaren alleen maar meer gebruik gemaakt worden.


De 10-14 ontwikkeling is nog lang niet op haar hoogtepunt. In 2019 komen er weer 15 tot 20 initiatieven bij en er zijn nog veel meer besturen met plannen. Wel blijft er werk aan de winkel, want in de wet- en regelgeving zitten nog veel obstakels. Wat te doen bij verschillende BRIN-nummers binnen een project, verschillen in financiële stromen tussen po en vo en onduidelijkheden over verantwoordelijkheden? Daar komen we uit, ik ben ervan overtuigd. Ik vergelijk het maar met de vorming van integrale kindcentra. De overgang tussen voor- en vroegschoolse educatie en het primair onderwijs is de afgelopen jaren veel soepeler geworden. Wat daar kan, kan hier ook. Uiteindelijk werken we allemaal toe naar hetzelfde doel: een ononderbroken leerlijn voor leerlingen van 2 tot 18 jaar.” ►►




‘Hoe doen leerlingen het na een 10-14 traject in het voortgezet onderwijs?’

‘De kracht zit in de creativiteit’

Anne Luc van der Vegt is projectleider monitor 10-14 onderwijs bij Oberon.

“In de 10-14 trajecten gaat het om méér dan uitstel van niveaukeuze. De leraren in deze inititiatieven zijn bezig het hele onderwijs te vernieuwen en doen dat met veel elan. Dit was het eerste wat mij opviel toen ik met de trajecten kennismaakte in het kader van de Monitor 10-14 onderwijs, een onderzoek waarvoor Oberon in opdracht van OCW de scholen uit de landelijke pilots gedurende drie jaar volgt.


De resultaten van de monitor moeten allereerst duidelijk maken of 10-14 onderwijs werkbaar is. De eerste aanwijzingen zeggen van wel. Ook willen we vaststellen wat 10-14 trajecten doen met het zelfvertrouwen en de leer- en werkhouding van leerlingen en hoe dat zich verhoudt tot de ontwikkeling van leerlingen die wél na groep 8 naar het voortgezet onderwijs gaan. Verder kijken we naar de tussentijdse uitstroom uit de trajecten, en natuurlijk naar de hamvraag: hoe doen leerlingen het na een 10-14 traject in het voortgezet onderwijs? Daar hopen we in 2020 iets over te kunnen zeggen. Wel met enige voorzichtigheid, want het gaat om kleine aantallen leerlingen.


Zover is het nog niet. Eind 2018 verscheen onze eerste tussenrapportage; de weerslag van een groot aantal interviews, lesobservaties en vragenlijsten. Mijn collega’s en ik hebben alle scholen uit de eerste landelijke pilot bezocht en daar gesproken met de schoolleiding en vertegenwoordigers van leraren, leerlingen en bestuurders.



Ook hebben we rondgekeken in de klassen. Vervolgens hebben we onder alle leerlingen en leraren vragenlijsten uitgezet om een beeld te krijgen van de manier waarop 10-14 onderwijs recht doet aan verschillen tussen leerlingen.


Wat opvalt, is dat er veel overeenkomsten zijn in de doelen van de initiatieven zoals een optimale schoolloopbaan en vernieuwend onderwijs. Ook de manier waarop die doelen worden ingevuld komen veelal overeen: leren in samenhang, meer eigenaarschap bij leerlingen, aandacht voor persoonsvorming. In de praktische uitwerking zitten flinke verschillen. Ik kan me voorstellen dat dit het lastiger maakt om aanpakken te delen en instrumenten te ontwikkelen, maar het is misschien niet onlogisch als je kijkt waar de kracht van deze initiatieven zit: in het enthousiasme en de creativiteit. Dat leidt zelden tot eenvormigheid.

In de volgende editie van de monitor nemen we ook de ervaringen van scholen mee die dit schooljaar zijn gestart. Daar zijn we in het najaar van 2018 al op kennismakingsbezoek geweest. In het najaar van 2019 publiceren we ons tweede rapport. We hopen dat ook andere 10-14 initiatieven hiermee dan hun voordeel kunnen doen. Eén ding is zeker: dit zijn heel inspirerende scholen om in rond te lopen.”




Wist je dat de door SLO ontwikkelde materialen gratis te downloaden zijn op www.curriculumvandetoekomst.slo.nl/10-14-onderwijs?