Beoordelen van 21e-eeuwse vaardigheden aan de hand van video’s (viewbrics)

Onderstaande korte instructie-video’s zijn opgenomen op Thorbecke, een scholengemeenschap voor mavo, havo en vwo, te Zwolle. De beelden zijn enerzijds bedoeld als inspiratie om te ontdekken wat de verschillende delen van de vaardigheden zijn. Anderzijds kunnen de beelden formatief ingezet worden om te evalueren op de aangeleerde vaardigheden.

De videofragmenten passen bij de uitgewerkte leerlijnen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Elk fragment is voorzien van een omschrijving en toelichting van welk onderdeel van de vaardigheid het fragment een voorbeeld is. Per fragment zijn er één of meerdere vragen opgenomen die docenten kunnen stellen aan leerlingen, of leerlingen aan zichzelf en elkaar.

Creatief denken en handelen


Oriënteren

De leerling:

  • kan zich openstellen voor verschillende thema's, onderwerpen en vraagstukken
  • weet dat er verschillende creatieve denktechnieken zijn en kan deze toepassen
  • kan reageren op een onderwerp met vrije associaties en herinneringen aan eigen ervaringen
  • kan communiceren over het onderwerp met anderen

Oriënteren

Een voorbeeld hoe leerlingen zich openstellen voor verschillende creatieve denktechnieken.

In dit fragment zien we leerlingen die het eindproduct van hun ontwerpopdracht presenteren. Zij hebben veel verschillende vormen gebruikt en leggen uit waarom ze dat hebben gedaan. Elk groepslid heeft een inbreng gehad in het uiteindelijke ontwerp.

  • Welke creatieve denktechnieken hoor je in dit fragment?
  • Welke andere creatieve denktechniek wil je nog als tip meegeven aan deze leerling?

Oriënteren

In dit voorbeeld passen leerlingen verschillende denktechnieken toe, zoals samen schetsend ontwerpen.

In dit fragment zie je een leerling die wordt geïnterviewd over het creatieve denkproces. Er wordt hem gevraagd hoe ze als groep tot nieuwe ideeën komen.

  • Welke creatieve denktechnieken hoor je in dit fragment?
  • Welke andere creatieve denktechniek wil je nog als tip meegeven aan deze leerling?

Oriënteren

De leerling:

  • kan vragen formuleren ten aanzien van uitgangspunten en eisen ten aanzien van de uiteindelijke opbrengsten en oplossingen
  • kan terugblikken op het doorlopen creatief (denk)proces

Reflecteren

Een voorbeeld van reflecteren op een fase in het creatieve proces.

In dit fragment zien we leerlingen die het eindproduct van hun ontwerpopdracht presenteren. Zij hebben veel verschillende vormen gebruikt en leggen uit waarom ze dat hebben gedaan. Elk groepslid heeft een inbreng gehad in het uiteindelijke ontwerp.

  • Op welke fase van het creatieve proces reflecteert deze leerling?
  • Wanneer weet je of je op de goede weg zit met je ontwerp?

Onderzoeken

In dit voorbeeld onderzoeken leerlingen op welke manier de opdracht uitgevoerd kan worden en maken ze een uitvoeringsplan.

In dit fragment zie je leerlingen in overleg met de leraar over de manier waarop hun waterwoning gebouwd gaat worden. Leerlingen vertellen over bijzondere elementen in hun woning aan de hand van de schetsen die ze hebben gemaakt. Deze waterwoning krijgt een glazen glijbaan.

  • Wat zouden de leerlingen nog kunnen onderzoeken voordat het plan daadwerkelijk uitgevoerd wordt?
  • Welke voorbereidingen moeten worden gedaan om het creatieve proces maximaal in te zetten tijdens de fase van onderzoek?

Onderzoeken

Leerlingen vertellen welke bronnen ze hebben gebruikt om tot een definitief ontwerp te komen.

In dit interview met twee leerlingen (waarvan er één niet in beeld wil) vertellen zij over hun manieren van oriënteren op de opdracht.

  • Welke bronnen hebben deze leerlingen gebruikt?
  • Welke andere bronnen zou je nog meer kunnen gebruiken om te onderzoeken wat de beste manier is om de opdracht uit te voeren?


Onderzoeken

De leerling:

  • kan onderzoeken op welke manier de opdracht uitgevoerd kan worden en kan een uitvoeringsplan maken
  • kan eigen criteria en de gegeven criteria van de opdracht benoemen
  • kan brononderzoek doen en vanuit dit onderzoek conclusies trekken die meegenomen worden in de uitvoerende fase
  • kan de betekenis van het creatieve proces onderzoeken en een relatie leggen met te gebruiken technieken, materialen en media
  • kan experimenteren met technieken, materialen, verschillende media en durft nieuwe mogelijkheden uit te proberen

Kritisch denken


Analyseren

De leerling:

  • kan benodigde informatie verwerven, ordenen en structureren
  • kan gevonden informatie beoordelen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en representativiteit
  • kan betekenisvolle vragen stellen

Een voorbeeld van het ordenen van informatie en het beoordelen op bruikbaarheid.

In dit fragment zie je twee leerlingen die de gevonden informatie ordenen en zoeken naar de beste oplossing voor hun ontwerpopdracht.

  • Welke manieren zijn er om aan bruikbare informatie te komen?
  • Op welke manier kunnen leerlingen bepalen welke informatie ze kiezen voor hun ontwerp?

Houding

Een voorbeeld van leerlingen die goed geïnformeerd willen zijn en een onderzoekende houding hebben.

In dit fragment zie je twee leerlingen die vragen hebben voorbereid tijdens een presentatie over een zelfvoorzienend huis.

  • Wat vind je van de reactie van de leraar dat de leerlingen zelf het antwoord op moeten zoeken?

Houding

Een voorbeeld van een leerling die aandachtig luistert.

In dit fragment zie je hoe de houding van deze leerling laat zien goed geïnformeerd te willen zijn.

  • Wat zijn de voordelen van een kritisch onderzoekende houding bij het uitvoeren van een (grote) opdracht?
  • En welke nadelen zijn er?

Houding

De leerling:

  • heeft een onderzoekende houding
  • wil goed geïnformeerd zijn
  • heeft vertrouwen in het eigen vermogen tot redeneren
  • staat open voor verschillende wereldbeelden
  • accepteert dat iemand een andere mening kan hebben
  • gaat respectvol om met de mening van anderen
  • is zich bewust van mogelijke persoonlijke vooroordelen
  • is zorgvuldig in oordelen
  • Is bereid om eigen zienswijzen te heroverwegen of te herzien

Probleemoplossend denken en handelen


Problemen definiëren

De leerling:

  • verkent, duidt, verheldert en definieert problemen en vraagstukken
  • herkent verschillen in mate van gestructureerd zijn, domein specifiekheid/abstractie en complexiteit

Problemen definiëren

Een voorbeeld van een probleem verkennen en verhelderen

In dit fragment zien we twee leerlingen die een probleem verkennen over de vorm van het dak voor hun waterwoning.

  • Welke vragen zou je, naar aanleiding van dit fragment, aan dit duo stellen?
  • Welke informatie gebruiken de leerlingen om een keuze te maken?


Problemen analyseren

In dit voorbeeld ontleden leerlingen een probleem en zetten ze het onderzoek voort door opnieuw te ontwerpen

In dit fragment zie je een leerling die aangeeft welk probleem er is bij het ontwerpen en op welke manier de groep dit probeert op te lossen.

  • Welke manieren om het probleem verder te onderzoeken zou je nog meer kunnen bedenken?
  • Op welk moment in een opdracht maak je probleemanalyse?

Problemen analyseren

De leerling:

  • onderzoekt en ontleedt een probleem grondig

Evalueren van de oplossing

De leerling:

  • toetst een oplossing aan het oorspronkelijke probleem. reflecteert op het doorlopen proces
  • herhaalt stappen als dit nodig is (terug naar analyse, deelproblemen, of naar oplossingen, het plan bijstellen)

Een voorbeeld van leerlingen die reflecteren op het doorlopen proces.

In dit fragment zien we leerlingen die terugkijken op hun probleemoplosproces.

  • Wat is de reden dat evalueren een belangrijk onderdeel is van probleemoplossen?
  • Welke vraag/vragen kun je stellen om te reflecteren op het probleemoplosproces?

Samenwerken


Taakuitvoering en (team)rollen

De leerling:

  • (h)erkent verschillende rollen bij zichzelf en anderen en benut deze in de samenwerking
  • houdt zich aan afspraken
  • stelt zich verantwoordelijk op ten aanzien van zowel de eigen bijdrage, het groepsproces als het te bereiken doel

Taakuitvoering en (team)rollen

Een voorbeeld van herkennen van rollen en taken voor een opdracht

In dit fragment zie je een leerling die uitlegt hoe de taken zijn verdeeld binnen de groep.

  • Hoe kun je de kwaliteiten van je groepsgenoten ontdekken of herkennen?
  • Wat is een goede verdeling van taken?
  • Moet je altijd de taken uitvoeren die het beste bij je passen? Leg uit waarom je dat wel of niet vindt.

Taakuitvoering en (team)rollen

Het herkennen en erkennen van verschillende rollen in het groepsproces.

In dit fragment zie je een leerling die uitleg geeft over de taakverdelingen in zijn groep. In dit fragment niet te zien, maar de taakverdeling is gemaakt op basis van kwaliteiten van de leerlingen.

  • Wat vind jij belangrijk bij het verdelen van taken bij een samenwerkingsopdracht?
  • Kies je de rol die het beste past bij je kwaliteiten of de rol die je graag wilt leren of verbeteren? Leg je antwoord uit.

Organiseren

Dit voorbeeld laat leerlingen zien die de samenwerking hebben georganiseerd op voorkeuren van de groepsleden

In dit fragment zien we leerlingen die de taken hebben verdeeld en daarover afspraken hebben gemaakt.

  • Welke andere manieren zijn er om afspraken te maken over de verdeling van taken?
  • Hoe verdeel je de taken die waar niemand echt een voorkeur voor heeft?


Organiseren

Voorbeeld van het inrichten van het samenwerkingsproces voor de opdracht die ze aan het uitvoeren zijn. Een scrumboard maakt inzichtelijk wat de taken zijn en hoe het ervoor staat.

In dit fragment zien we leerlingen vertellen over hun scrumboard.

  • Op welke manier maken jullie afspraken over de taakverdeling tijdens een samenwerkingsopdracht?
  • Hoe maak je zichtbaar dat iedereen zich aan de taken houdt?

Organiseren

De leerling:

  • kan een proces inrichten om een gezamenlijk doel te bereiken
  • onderhandelt en maakt afspraken met anderen in een team

Werken in een team en houding

De leerling:

  • ondersteunt en begeleidt anderen
  • functioneert in heterogene groepen
  • heeft een positieve en open houding ten aanzien van andere ideeën
  • heeft respect voor verschillen
  • wil samen met anderen tot een goed resultaat komen
  • heeft vertrouwen in de eigen capaciteiten

Werken in een team en houding

Een voorbeeld van leerlingen die tevreden zijn over de samenwerking door het verdelen van de taken en inzetten op de verschillen in de groep

In dit fragment zien we leerlingen die terugkijken op de samenwerking tijdens het ontwerpen van een waterwoning.

  • Hoe belangrijk vind jij het voor samenwerking dat leerlingen in het team verschillende kwaliteiten hebben?
  • Wat kun je nog meer doen zodat iedereen in de groep op een goede manier kan samenwerken?

Werken in een team en houding

In dit voorbeeld zien we een open en positieve houding ten aanzien van andere ideeën, waarbij verschillen gerespecteerd worden

In dit fragment zien we leerlingen die hun ontwerpopdracht presenteren. Zij hebben veel verschillende vormen gebruikt en leggen uit waarom ze dat hebben gedaan. Alle leerlingen hebben een rol in het team en bijgedragen aan het uiteindelijke ontwerp.

  • Leidt het hebben van een open houding voor andere ideeën ook tot het beste resultaat in de samenwerking? Leg je antwoord uit.
  • Deze leerlingen hebben er voor gekozen dat ieder groepslid een deel heeft ontworpen en uitgewerkt van hun ontwerpopdracht, is dat ook een manier van denken en doen die past bij jouw manier van samenwerken?

Dit voorbeeld laat zien hoe leerlingen overleggen, feedback geven aan elkaar en openstaan voor feedback

In dit fragment zien we leerlingen overleggen over verbeteringen aan hun ontwerpopdracht.

  • Welke vraag zou de adviesontvangende leerling nog meer kunnen stellen?
  • Waaraan zie je dat deze leerlingen open staan voor feedback?

Communiceren

De leerling:

  • communiceert effectief (specifiek: luisteren, observeren, duidelijk spreken, reageren, overleggen)
  • vraagt en geeft hulp en feedback, staat open voor hulp en feedback