Hoe stimuleer je creatief denken en handelen?

Hoe stel je het creatieve proces voorop? Complexe maatschappelijke kwesties vragen om innovatieve oplossingen. Het onderwijs kan eraan bijdragen dat leerlingen nieuwe ideeën voor oplossingen ontwikkelen. Hoe? Door het creatief denken en handelen te stimuleren.

“Op zich kan creatief denken en handelen natuurlijk in alle vakinhoudelijke domeinen aan bod komen. Maar juist kunstzinnige oriëntatie leent zich er bij uitstek voor”, stelt Stéfanie van Tuinen, leerplanontwikkelaar kunst en cultuur bij SLO. “Kunstzinnige oriëntatie leert leerlingen om buiten gebaande paden te gaan, nieuwe kennis en vaardigheden te ontwikkelen, nieuwe samenhangen te zien.”

Prikkel de zintuigen

Wil je de creativiteit van kinderen stimuleren, dan helpt het als je verschillende zintuigen prikkelt. “Laat leerlingen eens geblinddoekt dingen proeven of de textuur van verschillende materialen verkennen”, geeft Van Tuinen als voorbeeld. “Of speel een paar keer hetzelfde filmpje af, met steeds een ander muziekje eronder. Vraag leerlingen te reflecteren op wat voor gevoelens en gedachten dit oproept. Dan blijkt bijvoorbeeld dat een eng muziekje ervoor zorgt dat ze de film griezelig vinden, terwijl een vrolijk wijsje maakt dat ze deze eerder als slapstick ervaren.”

Integreer 21e-eeuwse vaardigheden

Creatief denken en handelen wordt beschouwd als een belangrijke vaardigheid voor de snel veranderende 21e eeuw: een vaardigheid die kinderen moeten leren beheersen om te kunnen functioneren in de toekomstige maatschappij. “Binnen kunstzinnige oriëntatie kun je echter ook kijken naar andere brede, 21e-eeuwse vaardigheden, zoals digitale geletterdheid, sociale en culturele vaardigheden, zelfregulering, kritisch denken, samenwerken of probleemoplossen”, stelt Van Tuinen.

Gebruik het leerplankader

SLO ontwikkelde het ‘leerplankader kunstzinnige oriëntatie’ waarin er aandacht is voor dergelijke vaardigheden. Hierin zijn competenties uitgewerkt in tussendoelen en leerlijnen voor dans, drama, muziek, beeldend en cultureel erfgoed. De tussendoelen zijn geformuleerd per leerjaar en laten dus een opbouw in competenties zien. “Scholen bepalen zelf of en hoe ze met het leerplankader aan de slag gaan. Ook als de school het onderwijsaanbod apart per vak of meer in samenhang aanbiedt”, vertelt Van Tuinen.

Pas het model toe

Binnen het leerplankader biedt SLO een model aan, waarin de verschillende stappen van het creatieve proces zijn opgenomen: oriënteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren. “Deze fases zijn niet strikt gescheiden, maar lopen in elkaar over en soms door elkaar heen. Met behulp van dit model kunnen leerkrachten het leergebied kunstzinnige oriëntatie concretiseren. "Een breed aanbod dat de zintuigen prikkelt, helpt kinderen om tot innovatieve ideeën te komen in de oriëntatiefase. In de twee volgende fasen van het creatieve proces – onderzoeken en uitvoeren – zullen ze hierdoor eerder combinaties maken die niet direct voor de hand liggen, zegt Van Tuinen.”

Reflecteer op het proces

Daarnaast is de vaardigheid reflecteren van belang. Deze komt in alle vier fases terug en zorgt voor stimulans bij de leerlingen om na te denken over hun keuzes, de zeggingskracht van hun werk of de gebruikte materialen en technieken. Belangrijk voor het bevorderen van creativiteit is dat je met leerlingen reflecteert op het proces en niet op het product. “Vraag bijvoorbeeld met welke materialen een leerling zijn idee wil vormgeven”, zegt Van Tuinen. “Focus op de weg ernaartoe en niét op het gewenste resultaat. Als er te veel nadruk ligt op het eindproduct, belemmert dat de creatieve geest.”

Meer informatie

Leerplankader kunstzinnige oriëntatie: http://kunstzinnigeorientatie.
slo.nl/